Haar verschillen

 

Stokhaar

Een stokharige vacht kent twee lagen. De eerste laag bestaat uit een ondervacht en daaroverheen valt de dekvacht/bovenvacht.

De bovenvacht is langer en steviger, maar tevens stugger en slecht buigbaar. De ondervacht is daarentegen dichter en wolliger dan de bovenvacht.

Indien de vacht gaat wisselen en de hond zodoende in de verharing komt, dan is "ontwollen" de trimtechniek die hierop toegepast kan worden.

 

Korthaar of Gladhaar

Honden met deze vachtsoort hebben korte dekharen en nagenoeg geen ondervacht. Doordat de onderwol afwezig is kan het voorkomen dat er bij dit soort honden tijdens de ruiperiode kale plekken ontstaan. Deze bevinden zich dan bijvoorbeeld in de hals of de borststreek.

Voorbeelden van kortharige of gladharige honden zijn: Boxer; Sharpei, Rhodesian Ridgeback.

 

Ruwhaar

De ruwharige vacht (ook wel draadhaar of stekelhaar genoemd) bezit zowel een wollige ondervacht als een bovenvacht met harde dekharen. Dit dekhaar is hard en afhankelijk van het ras recht, gegolfd of warrig. Honden die ruwharig zijn worden doorgaans geplukt.

Op het moment dat de ondervacht van dit soort honden is vervangen door een nieuwe ondervacht, dan is het moment aangebroken dat de dekvacht los gaat zitten. Dit is het moment dat de hond "plukrijp" is. Op het moment dat de ondervacht van dit soort honden is vervangen door een nieuwe ondervacht, dan is het moment aangebroken dat de dekvacht los gaat zitten. Dit is het moment dat de hond "plukrijp" is en naar de trimsalon kan worden gebracht om te worden geplukt.

Voorbeelden van ruwharige honden zijn: Schnauzer, Teckel, ruwharige Jack Russell, Airdale.

 

Langhaar

In een langharige vacht zitten zowel lange dekharen als lange onderwol. In de ruiperiode vervangt de ondervacht zich in korte tijd. De dekharen daarentegen vervangen zich continu, maar het kan wel meer dan 1 ½ jaar duren voordat alle dekharen zijn vervangen.

Langharige honden kunnen naar de wens van de eigenaar op een bepaalde lengte worden ingekort. Door de effileertechniek toe te passen ontstaat het meest natuurlijke resultaat.

Voorbeelden van langharige honden zijn: Bobtail, Schapendoes, Bearded Collie, Maltezer, Shih Tzu, Yorkshire Terrier.

 

Halflang haar

Een halflangharige hond heeft een korte onderwollige vacht en een wat langere dekvacht, die een zeer fijne structuur heeft. Vaak hebben deze honden op bepaalde plekken extra beharing, zoals bij de oren, de voorborst, de broek, tussen de tenen en de achterkant van de poot.

Honden die met een dergelijke vacht in de trimsalon komen, zullen in een bepaald model worden geëffileerd. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met de desbetreffende rasstandaard. Voorbeelden van halflang harige honden zijn: Engelse Cocker Spaniel, Golden Retriever, Ierse Setter, Cavalier King Charles Spaniel, Engelse Springer Spaniel.

 

Lang stokhaar

De lang stokharige vacht lijkt veel op halflang harige vacht, het verschil is dat een lang stokharige vacht langer onderwol heeft en soms is deze even lang als de bovenvacht.

Deze groep kan indien ze in de trimsalon komen, ontwold worden. Daarnaast worden de voeten netjes geëffileerd, zodat ze dan geen haren meer tussen de tenen hebben.

Voorbeelden van honden met een lang stokharige vacht zijn: New Foundlander, Berner Sennen, Groenendaler, Pyrenese Berghond Kuvasz, Leonberger en Schotse Collie.

 

Kroeshaar of krulhaar

Kroeshaar of krulhaar is in tegenstelling tot de andere vachtsoorten net omgekeerd. Het heeft namelijk bijna geen dekharen, maar daarentegen wel veel lange wolharen. Deze vachtsoort kent weinig haaroverlast, maar ze verharen wel de hele tijd. Deze haren die er uit vallen blijven echter achter in de vacht en moeten eruit worden gehaald middels het borstelen. Als een dergelijke hond in de trimsalon komt zal hij meestal eerst geknipt worden en eventueel bepaalde gedeeltes geschoren indien dit nodig mocht zijn. Voorbeeld van honden met kroeshaar of krulhaar zijn: Poedel, Bichon Frisé, Kerry Bleu Terrier, bastaard met krulhaar.

 

Vilthaar

We spreken van vilthaar indien de dekharen en de wolharen gelijk van lengte zijn en er een overvloed aan wolharen is, die zorgen voor een sterke klitvorming. De vacht wordt meestal in banen geleid door de klitten op te splitsen in koorden of platen. De afgestoten wol- en dekharen blijven achter in de koorden, waardoor deze erg lang en zwaar kunnen worden.

Voorbeelden van viltharige honden zijn: Komodor en Puli.